Wat zegt de wetenschap
Amerikaanse artsen waren de eersten die conclusies verstrekten over de positieve gevolgen van huisdieren voor mensen.
Dieren dragen bij aan de psychische en fysische gezondheid van de mens. Aaien en aanraken van een dier bezorgt een gevoel
van zekerheid, kameraadschap, intimiteit en continuïteit. De wetenschapper Serpell (2000) voert aan dat bij dierondersteunde
therapie factoren zoals psychische, fysiologische en sociale factoren met elkaar verbonden worden. Hij gaat ervan uit dat dieren
de aandacht op zich vestigen en daarmee voor afleiding zorgen. Hierdoor brengen zij mensen meteen in een toestand van ontspanning.
Daar komt bij dat dierlijke metgezellen mensen sociale ondersteuning bieden. Ofwel: dieren helpen mensen bij het maken van contact.
Op deze manier werken dieren als een zogenaamde buffer tegen stress.
-------------------------
Actie & reactie
Ook in Duitsland heeft men de positieve effecten van therapiedieren bestudeerd (Universität Bonn, Erlangen, Epilepsie-Zentrum Bethel).
Ook hier kwam men tot de conclusie dat dieren – zoals honden of katten – bijzonder geschikt zijn als ‘therapeutisch medium’.
Het dier leeft mee en voelt dingen aan. De hond bijvoorbeeld kan zich goed aan elke situatie aanpassen, hij zoekt contact en communiceert
door middel van zijn mimiek en lichaamstaal met mensen. De hond geniet van gemeenschappelijke activiteiten met mensen en nodigt mensen uit tot interactie.
Honden en katten werken positief op onze gezondheid door ons aan het lachen te maken en ons tot spelen te motiveren. De relatie met een mens
kent geen eisen over openheid en het bloot geven van emoties. Het is de hond of kat om het even wat de mens over zichzelf denkt of wat anderen over
hem denken. De therapie met hulp van een hond of kat heeft hierdoor een rustgevende werking op de patiënt.
-------------------------
Gezonder door een dier
Onderzoek laat zien dat patiënten die met behulp van een therapiehond behandeld worden, beter reageren op hun medicijnen. Bovendien daalt
hun bloeddruk en verbetert hun hartslag. Tevens is een verhoogde endorfineproductie aantoonbaar en wordt het lichaam aangespoord tot verbetering
van motorische en geestelijke capaciteiten.
Een van de allerbelangrijkste veranderingen in het lichaam is het opheffen van depressiviteit. Hierdoor wordt de patiënt geactiveerd en is de
patiënt meer gemotiveerd de therapie te volgen. De therapie met een hond of kat geeft een impuls tot communiceren en hierdoor kan men nieuwe sociale
contacten opdoen. Gebleken is dat een patiënt minder slaapmiddelen en beduidend minder rustgevende tabletten nodig heeft wanneer bij de therapie een
dier wordt ingezet.
Ook bij kinderen werkt de aanwezigheid van een hond of kat bloeddrukverlagend en stressverminderend. James Lynch deed een test waarbij hij
kinderen luid liet voorlezen. De ene groep deed dit zonder dier in de buurt, de andere groep werd wel ondersteund door een dier. Wat bleek? De bloeddruk en hartfrequentie van de kinderen die een hond of kat bij zich hadden, waren beduidend lager dan bij de groep kinderen zonder therapiedier.
-------------------------
Mensen met een handicap
De positieve levensinstelling van mensen met een handicap die een hulphond bezitten is verbluffend positiever dan die van gehandicapten zonder
een hulphond. De Hongaarse arts Pethes beweert dat in zijn land het percentage zelfmoorden onder visueel gehandicapten zonder hulphond hoog is,
terwijl er nog nooit een zelfmoord is gepleegd onder visueel gehandicapten met een hulphond. De hond motiveert visueel beperkten tot geestelijke en
lichamelijke activiteit; vooral bij jonge mensen is dat goed waar te nemen. Alleen al het wandelen met een hond kan een gevoel geven van : ‘Ik kan
dat ook, ik doe mee, ik hoor erbij!’
-------------------------
Meer overlevingskansen met een huisdier
Onderzoek heeft uitgewezen, dat hartinfarct patiënten die een hond bezitten, een hogere overlevingskans hebben dan een vergelijkbare groep
patiënten zonder hond of kat. Erika Friedmann: ‘Van 92 onderzochte, uit het ziekenhuis ontslagen hartinfarctpatiënten stierven 14 al in het
daaropvolgende jaar. Men dacht dat sociale factoren daaraan schuldig konden zijn, vooral de intensiteit en frequentie van sociale contacten met
andere mensen zouden een belangrijke invloed kunnen hebben op het genezingsproces. Daarmee liet zich echter niet alles verklaren! Na 12 maanden
computeranalyse stond vast: patiënten met honden of katten beschikken over significante betere overlevingskansen. Aaien kalmeert niet alleen het dier
(de hartslag kan zich halveren), eenzelfde goede werking heeft het op de persoon die aait.
-------------------------
Ouderen & dieren
Onderzoek onder ouderen gaf aan dat een kat bij maar liefst 82% hen hielp bij het omgaan met stress en 62% met de gevoelens van eenzaamheid.
Tevens bleek dat ruim driekwart van de ouderen hun diepste gevoelens liever met de kat dan met de partner of vriend deelde.
De resultaten van mensen die met Alzheimer in een verzorgingstehuis waren opgenomen bleken opmerkelijk.
De omgang met dieren - honden in dit geval - gaf verlenging van de concentratie, meer interactie tussen de patiënten onderling, vermindering van
het aantal gedragsproblemen en een verbetering van het humeur. Opmerkelijk was, dat deze veranderingen ook werden waargenomen bij de patiënten die
geen interactie met het dier hadden. Gesteld kan worden dat alleen de aanwezigheid al invloed heeft.
Voor meer informatie: www.dierenartsonline.nl
|
|
©2005-2012 Stichting Mens & Dier Nederland
|
|
| | |